Werken van Vincent van Gogh

Zoals uit de verschillende artikelen op deze website blijkt, paste Vincent van Gogh in zijn werken codes toe, die waren gebaseerd op het Eeuwig Edict (EE) van 1611. Hoewel er een Franse en Nederlandse versie van het Edict bestaat, putte Vincent zijn codes alleen uit de Nederlandstalige tekst. Dat maakt de Code uiterst bijzonder, want enkel mensen met een Nederlandse taalachtergrond zijn hierdoor in staat om de puzzeltjes correct op te lossen…

EE

 

Maar waaruit blijkt dat de woorden die ik in mijn artikelen als code aandraag, werkelijk in de Nederlandse versie van het Eeuwig Edict zijn vermeld? Om dat als feiten zeker te stellen, bied ik de lezer een gelegenheid om mijn vermelde EE-codes te checken c.q. op echtheid te controleren!

Op deze pagina vind je daartoe een sterk ingekorte versie van het Eeuwig Edict. Alleen de beginregels, die van belang zijn voor Vincents Code, worden daarin weergegeven. Daarheen wordt met een check-link verwezen vanuit de verschillende artikelen.

Het kan zijn dat binnen een code meer woorden worden gevraagd dan in de verkorte versie wordt getoond. In dat geval kan desgewenst alsnog het integrale Eeuwig Edict worden geraadpleegd op de website van de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Leuven(!).

Voor de duidelijkheid heb ik de Romeinse getallen een “gewoon” hedendaags cijfer of getal meegegeven.


De beginregels van de 47 wetten:

I. (1) Ierst zoe ordineren ende bevelen Wy aen allen Onsen steden, officiën ende casselryen van Onse voorseyde landen, de welcke tzedert den jaere duysent vyffhondert ende veertich hebben

II. (2) Ordinerende voirts aende voorseyde raeden dat zy respectivelyck alsdan Ons adverteren, welcke van de voorseyde costuymen ende usanciën zij houden voor ghemeyne ende kennelyck, om de selve

III. (3) Bevelen wel ernstelyck aen allen Onsen voorseyden raeden ende andere bancken, alwaer Wy hebben Onse fiscaelen, dat zy hun behoorlyck ende neerstelyck acquitteren in heure lasten ende

IIII. (4) ’t Selffde bevelen Wy aen alle subalterne rechteren ende justicieren hebbende hunnen styl ende orden iudiciaire by geschrifte geëmologueert by Ons oft Onse voorsaeten.

V. (5) Ende soo vele raeckt degene, naementlyck ten platten lande(), de welcke gheene ghemologueert hebben, de voorseyde raeden ende hooft-bancken zullen hen ordineren, dat zy overseynden by

VI. (6) Verbiedende aen allen officieren, deurwaerders ende sergeanten, dienende in de voorseyde raeden ende bancken, te doen eenige exactiën, compositiën oft andere misbruycken inde exploicten daer van

VII. (7) Verbieden aen allen den ghenen hebbende judicature, tsy in raeden oft andere mindere bancken, te nemen part ende deel in goeden die verbeurt worden, ofte in amenden in gelde, de welcke

VIII. (8) Van ghelijcken zoo verbieden Wy aen allen rechters ende officieren, van wat qualiteyt zy zijn, te vuegen onder() de conditiën van de vercoopinghen van goeden, taxeren oft ontfanghen eenighen wyn

IX. (9) Om eenichsins te bedwinghen de temeriteyt van de litiganten, verbieden Wy aen alle subalterne ende overste rechteren te ghebruycken compensatie van costen, maer wel van condempnatie ten laste van

Wet 10 t/m 17

X. (10) Ende alzoo tot nu toe diverselijck gebruyckt is geweest het stuck van publicatie van de enquesten, Wy tot voordeel van de justicie ordineren, dat in allen hoven ende bancken van justicie, hooge ende

XI. (11) Om te eviteren de diversiteyt van de vonnissen dyer ghegheven worden in ’t stuck van de formaliteyt der solemniteyten van de makinge van de testamenten, zoo verclaren ende statueren Wy, dat inde

XII. (12) Ende daer de voorseyde costuymen alnoch niet gestatueert en zyn, om daerentusschen te weerhouden de twyffelachtighe ende onzekere gepeynsen van de stervende menschen, ende

XIII. (13) Indyen ter plaetsen van de residentie van de testateurs, ende de ghene daer huere goederen gelegen zijn, valt diversiteyt van costuymen in ’t regardt van dese dispositiën van vuytersten wille, ordineren

XIIII. (14) Declarerende nochtans Onse intentie te wesen, dat zoo wanneer de voorseyde goeden zijn van vrye dispositie, dat de zelve niet en sullen moghen ghelaeten worden by alzulcke testateurs, t’zy by

XV. (15) Wy ordineren wel ernstelijck, dat het placcaet van wylen Onsen Heere ende Vader van den zesten decembris duysent vyfhondert ende zessentachtentich worde punctuelijck gheobserveert, ende

XVI. (16) Dat alle zulcke dispositiën van substitutiën, fideicommis, verbiedinghen van t’aliëneren, conditiën van wederkeeringhe oft andere ghelijcke, ghedaen by ordinancie van uuytersten wille oft by contracten

XVII. (17) Ende om te eviteren alle disputen, de welcke dickwils vallen in dese materie van substitutie ende fideicommis, Wy belasten aende ghene, die se zullen willen ghebruycken ter plaetsen daer de goeden

Wet 18 t/m 27

XVIII. (18) Ende soo verre zy ordineerden eenige substitutie in t’gene voorseyt is, tot proffyte van yemandt, met bespreeck zoo wanneer, ende zoo verre den eersten gheïnstitueerden quaeme te sterven sonder

XIX. (19) Om dieswille datter vele processen worden gheroerdt tusschen Onse ondersaeten ter oirsaeke van de menichfuldicheyt van feyten diemen voortbrenght ende poseert geschiedt ende ghevallen te

XX. (20) Ende gelijcker dickwils overcommen difficulteyten om te bethoonen den ouderdom, tydt van houwelijck, ende doot van de persoonen, t’zy om promotie totte geestelijcke orden, versieninghe van

XXI. (21) Ghelijck Wy oock willen dat de thoonen van kruynen, cloosterbeloofte, ontfanginge totte gheestelijcke oorderen, gheschieden by briefven, ende niet by ghetuygen. Van ghelijcken sal men observeren inde

XXII. (22) In saecken ende processen daer questie is van de weerde van contentieuse dinghen, ende alwaer den thoon moet gheschieden by ghetuygen, ordineren Wy dat de rechteren zullen doen

XXIII. (23) Alsser zal wesen condempnatie van restitutie van vruchten, de liquidatie van de zelve en sal niet geschieden tot die hoochste() estimatie als zy weerdt zyn geweest, maer wel op zulcke die yeder jaer

XXIIII. (24) Hoe wel egheen reel recht in immeuble goeden, t’zy in alles by vercoopinghe oft gifte, oft in deel by onderpandt en mach vercreghen worden, dan by wettelycke debvoiren daer toe ghestatueert by

XXV. (25) Welcke preferentie ende affectatie van goeden ten effecte van diere, in cas van insolventie van de voorseyde ontfangers, Wy willen dat zal volbrocht worden, niet jegenstaende de devolutie van de

XXVI. (26) Om eenichsins te remediëren de excessen ende ongheregeltheden die zyn groeyende in t’stuck van douwarien, Wy ordineren dat de ghene die houwen, namentlyck de dochters ende weduwen, oft

XXVII. (27) Ende zoo verre men compt te stipuleren andere douwarien, ghenaempt conventionele, van zekere somme s’jaers, Wy laeten toe dat men se gheniete, wel verstaende dat indyen daer kinderen zyn,

Wet 28 t/m 37

XXVIII. (28) Ter plaetsen daer de costuymen toelaten aende versaemde by houwelyck te doen donatiën ende voordeel den eenen aenden anderen, t’zy by levende lyffve oft lesten wille, zoo wanneer daernae den

XXIX. (29) Dat alle rescissiën ende annullatiën van contracten, oft eenighe andere acten gefondeert op lesie, hoe groot die souden moghen zyn, bedroch, circumventie, vreese, cracht oft ghewelt, zullen

XXX. (30) Ende om te obviëren dat t’ghene het beneficie van recht accordeert aende vrienden van eenen overleden van te moghen aenveerden de successie onder inventaris, om niet voorder ghehouden te

XXXI. (31) T’voorseyde daeghement alzoo ghedaen zijnde(), Wy ordineren dat alle de voorseyde meublen, baggen, ende juweelen vercocht sullen worden by authoriteyt van den voorseyden rechter, met

XXXII. (32) Ende t’voorseyde jaer gheëxpireert zijnde, den impetrant kennende de grootheyt van de schulden ende lasten, sal gehouden wesen hem te declareren, oft hy wilt continueren in zijn voorseyt beneficie,

XXXIII. (33) Sal oock moghen den voornoemden impetrant gheduerende t’voorseyde jaer ghebruycken de voorseyde goederen, mits cautie van te verantwoorden van de vruchten ende innecommen van de

XXXIIII. (34) Alles op pene van te vervallen van de vrucht van t’voorseyde beneficie van inventaris, ende gehouden te worden voor een simpel erffgenaem, ingevalle dat sonder punctuelijck t’observeren allen t’gene

XXXV. (35) Ende oft gebuerde dat yemant by ordinantie van lesten wille, ende ter plaetsen daermen van de goeden mach disponeren, verbode aen zijnen erffgenaem t’aenveerden zyne erffenisse, onder

XXXVI. (36) Ten anderen zoo() dicwils ghebuert dat inde vercoopinghe oft belastinge van de immeuble goederen, de vercoopers verzwyghen de voorgaende lasten, servituyten, verbodt van te aliëneren, oft andere

XXXVII. (37) Ende om te wederstaen de differenten dyer daeghelycx rysen in t’stuck van naerhede, oft vernaederinge, ende remediëren op de diversiteyt van costuymen, disponerende op den tydt van de

Wet 38 t/m 47

XXXVIII. (38) Willende oock versien jegens de fauten dyer gheschieden by eenighe officieren van Ons, ende van Onse ondersaeten, aengaende de apprehensie, ende vervolginge van de misdadighe, mette welcke

XXXIX. (39) Niettemin op dat den onnooselen niet en worde ghetravailleert onrechtveerdelijck, zoo verbieden Wy aen alle de voorseyde officieren te procederen tot apprehensie van de persoonen hebbende fixe

XL. (40) Ende zoo haest als den misdadighen zal ghevangen zyn oft ghecompareert hebben in persoone, de rechteren ende officieren en zullen niet laeten terstont te verstaen totter instructie van zijn proces, met

XLI. (41) Ende op dat den officier hem() niet beswaert en vinde aengaende de formaliteyt van de conclusiën by hem te nemen tot laste van de ghevangenen, ordineren Wy ghenoech te wesen, dat hy de saecke

XLII. (42) De rechteren procederende tot sententie condempnatoire van den ghevanghenen oft geaccuseerde, sullen gehouden zijn te jugeren ende te straffen de misdadige mette penen ende amenden vermelt by

XLIII. (43) Ende aengaende de extraordinarise delicten oft andere misbruycken jegens Onse placcaeten daer de penen ende mulcten zijn ghelaeten tot arbitragie van de rechters, Wy willen ende bevelen hen, dat zy

XLIIII. (44) Verbieden allen officiers te verstaen mette misdadighe tot compositie in saecken ende crymen, de welcke by Onse placcaten, oft usanciën van den lande strafbaer zijn mette doot, eeuwighe

XLV. (45) Ende ghelijck Wy onderricht zyn, dat eenige Onse officieren ende van Onse vassalen hen presumeren te gheven aende criminele persoonen vry-geley oft saulfconduyt, doende directelyck

XLVI. (46) Ende alzoo Wy verstaen dat den styl op t’stuck van criminele proceduren zeer different is, ende diverselijck ghepractickeert wordt byde subalterne bancken, ordineren Wy dat alle mindere rechteren

XLVII. (47) In saecken van interinement van remissiën ende pardoenen, Wy willen dat de impetranten van de zelve, naer dat zy die sullen hebben ghepresenteert ten hove, alwaer die addresseren, zullen moeten